De pre-structuralistische dialectologie

De wetenschappelijke dialectstudie is in het laatste kwart van de 19de eeuw ontstaan. Ze stond ten dienste van de historische linguïstiek, toentertijd het heersende wetenschappelijke paradigma. De belangrijkste verwezenlijking van de 19de-eeuwse taalkunde is de (poging tot) reconstructie door taalvergelijking van de stamtalen waaruit de talen van de Indo-Europese familie afgeleid konden worden.

Van de dialectologie werd verwacht dat ze de principiële stellingen van de taalhistorici zou toetsen aan het hedendaagse dialectlandschap. Het dialectonderzoek kon ook talrijke argumenten aanbrengen voor de reconstructie van de historische talen zelf.

 

De ‘Junggrammatiker’ meenden dat de klankwetten zich uitzonderingsloos voltrekken. De verwachting voor het dialectlandschap was dan ook dat bij een overgang van taalvorm x naar taalvorm y voor een bepaald gebied in alle woorden met oorspronkelijk x, een y zou opduiken: bijgevolg is er slechts één isoglosse tussen de gebieden met x en y.

Het prototype van de toenmalige dialectologische activiteit is de Deutscher Sprachatlas (1926-1952) van F. Wrede, op basis van het materiaal-Wenker (schriftelijke enquête uit 1876). De kartering van de gegevens uit de 'Wenkerzinnetjes' m.b.t. de Hoogduitse klankverschuiving (o.a. van p naar pf) toonde echter een homogeen Zuid-Duits gebied met klankverschuiving, een homogeen Noord-Duits gebied zonder klankverschuiving en daartussen een erg breed overgangsgebied, met soms per woord een aparte isoglosse (= een terraslandschap).

De 'negatieve' ervaring dat de klankwetten niet blind werken, gaf soms aanleiding tot extreem tegenovergestelde uitgangspunten (bijv. J. Gilliéron: "Chaque mot a sa propre histoire"). Men kwam ook tot de bevinding dat de verbreiding van een dialectwoord of -vorm niet (helemaal) los te koppelen was van (de geschiedenis van) de zaak waarnaar het woord verwees (de zgn. "Wörter und Sachen"-benadering, waarbij volkskunde en dialectologie een bondgenootschap sloten).

 

De pre-structuralistische dialectologie leverde een rijke oogst op aan gegevensverzamelingen en studies. Het gaat vooral om dialectmonografieën en dialectgeografisch onderzoek.